My website

Cras justo odio, dapibus ac facilisis in, egestas eget quam.

Opbouw rolsteiger



 


Aandachtspunten rolsteigers 

Constructie en uitvoering

Voor de constructie en uitvoering van rolsteigers opgebouwd uit geprefabriceerde onderdelen geldt de norm NEN-EN 1004. De norm is gebaseerd op standaard werkvloer hoogten van 2,50 m tot maximaal 8 m buiten en van 2,50 m tot 12 m binnen. De meeste fabrikanten hanteren deze maten in hun handleiding voor opbouw en gebruik.

  • Met hoogte wordt bedoeld: van ondergrond tot bovenste werkvloer.
  • Met binnen wordt bedoeld: niet aan wind blootgesteld.

Grotere hoogten zijn slechts toegestaan met instemming van de leverancier en na opvolging van zijn aanwijzingen. De verticale opbouwframes vormen samen met de liggers, diagonalen en werkvloeren een sterk en stijf geheel. Om schranken en torderen tegen te gaan moeten de diagonalen en liggers zo veel mogelijk aan de buitenzijde worden geplaatst.
Werkvloeren

  • Werkvloeren zijn ingericht voor het uitvoeren van lichte werkzaamheden tot een vloerbelasting van maximaal 150 of 200 kg/m2 (resp.klasse 1 en 2) en zijn minimaal 0,60 m breed;
  • Om uitglijden te voorkomen zijn ze stroef uitgevoerd;
  • De vloerelementen worden tegen verschuiven en opwaaien geborgd;
  • Openingen in vloeren mogen maximaal 25 mm groot zijn;
  • Bij meerdere vloeren boven elkaar is de gangbare maat tussen de vloeren 1,90 m of meer;
  • Als de werkvloeren bereikbaar zijn via de binnenzijde van de opbouwframes, bedraagt de maximale vloerafstand 4,20 m; de afstand tussen de onderste vloer en de grond is maximaal 4,60 m. Deze vloeren zijn uitgerust met een vloerluik;
  • In plaats van geheel gesloten werkvloeren, kun je voor het beklimmen van een rolsteiger ook halve werkvloeren als klimvloeren gebruiken. Deze zijn dan half-om-half maximaal 2.10 m verspringend aangebracht. Via deze klimvloeren bereik je de geheel gesloten werkvloer;
  • Houd doorklim luiken in werkvloeren zo klein mogelijk, met een minimum van 0,40 x 0,60 m;
  • De luiken moeten zelfsluitend zijn uitgevoerd en voorzien van een borging om ongewild open waaien te voorkomen.

Leuningwerk

Werkvloeren zijn rondom voorzien van leuningwerk Dit bestaat uit een bovenleuning, een tussenleuning en een kantplank.
De vereiste maten zijn:

  • Bovenleuning op minimaal 1 m boven het Werk -/ loopniveau;
  • Aansluitend op de werk- of loopvloer een kantplank van tenminste 15 cm hoog;
  • Een tussenleuning op zodanige hoogte dat de openingen in het leuningwerk kleiner zijn dan 47 cm;
  • Bij halve (werk)vloeren is alleen leuningwerk aan de buitenzijde verplicht.
Stabiliteitsvoorzieningen

Stabiliteitsvoorzieningen zijn noodzakelijk als de verhouding tussen de basisbreedte van opbouwframe en werkvloerhoogte kleiner is dan 1:3 bij buitengebruik en 1:4 bij binnengebruik.
Stabilisatoren of basisverbreders worden voor dat doel standaard bijgeleverd. Beide middelen vergroten de effectieve basisafmetingen van de rolsteiger. Ze moeten gemonteerd zijn aan de hoofdconstructie en aan de onderzijde afsteunen op de grond.
Als alternatief kan er ballast worden gebruikt. Dit bestaat uit stevig materiaal (bijv. staal of beton) dat aan de constructie van de rolsteiger wordt geborgd.

Zwenkwielen

Zwenkwielen mogen niet los kunnen raken. Ze moeten zijn voorzien van een wielrem, die ook het verdraaien tegengaat als de zwenkwielen in de geremde stand excentrisch zijn.

Toegang werkvloeren

Werkvloeren zijn toegankelijk via de binnenzijde van de opbouwframes, of via trappen of ladders (schuin opgesteld of verticaal);
De criteria waar trappen en ladders aan moeten voldoen zijn:

  • Ze mogen met de stijlen/bomen op de grond rusten;
  • De eerste optrede mag maximaal 0,40 m zijn (indien de eerste trede een vloer is mag deze 0,60 m hoog zijn);
  • Vanaf de voorzijde van een trede of het hart van een sport moet minimaal 0,15 m vrij zijn van obstakels;
  • De buitenkant van trapsecties moeten zijn voorzien van een leuning (ongeveer evenwijdig aan de helling van de trap);
  • Bij opvolgende trapsecties is er ook aan de binnenzijde een leuning nodig (behalve wanneer de vloeren op 2 m of minder van elkaar zijn aangebracht). Ook bordessen met een lengte van 0,30 m of meer moeten zo’n leuning hebben.

Als de verticale frames gebruikt worden als klimvoorzieningen geldt:

  • De liggers moeten met anti-slip zijn uitgevoerd;
  • De hart-op-hart afstand van de liggers mag maximaal 0,30 m zijn;
  • Afmeting en vorm van de liggers maken een goede grip mogelijk (diameter buis tussen 20 en 51 mm).
Gebruikershandleiding

Iedere rolsteiger dient te zijn voorzien van een handleiding voor het gebruik in de Nederlandse taal die voldoet aan NEN-EN 1298. Het samenstellen van de gebruikershandleiding is de verantwoordelijkheid van de leverancier. Belangrijke aspecten in de gebruikershandleiding zijn:

  • Algemene informatie, onder andere ‘over maximale opbouw hoogte en toelaatbare belasting;
  • Mogelijke configuraties;
  • Wijze van opbouwen en afbreken met daarbij de benodigde hulpmiddelen en het aantal personen dat hierbij nodig is;
  • Gebruik;
  • Inspectie, beheer en onderhoud.

De gebruikershandleiding hoort op de werkplek beschikbaar te zijn. Bovendien wordt meestal een beknopte opbouw instructie in de vorm van een sticker op de verticale frames aangebracht.

 

Aandachtspunten rolsteigers

De opstel locatie van een rolsteiger moet onder meer aan de onderstaande criteria voldoen:

  • De ondergrond moet vlak zijn en voldoende draagkrachtig;
  • Bij geroerde grond of in de nabijheid van ontgravingen moet het dragend oppervlak van de wielen en stabilisatoren worden vergroot. Dit kan bijvoorbeeld met rijplaten of in stalen U-profielen;
  • Bij opstelling op hellende vlakken moet de rolsteiger met behulp van de spindels horizontaal worden gesteld;
  • Naar buiten draaiende ramen en automatisch werkende zonwering kunnen een reëel gevaar vormen;
  • Bij werkzaamheden onder of in de nabijheid van bovengrondse sterkstroomleidingen of bovenleidingen van sporen, moet vooraf met de netbeheerder overleg worden gevoerd over de aan te houden veiligheidsafstanden;
  • Bij aanrijdgevaar moeten er verkeersmaatregelen worden getroffen, bijvoorbeeld door plaatsing van hekken of kegels, zo nodig moet de rijbaan worden afgezet;
  • Bij windkracht 6 of meer moet er aanvullend worden verankerd en geschoord, met speciale aandacht voor windgevoelige plekken zoals de hoeken van gebouwen of gebouwen en met open gevels. Het kan betekenen dat de werkzaamheden al bij een lagere windsnelheid stopgezet moeten worden;
  • Rolsteigers moeten buiten werktijd zodanig worden achtergelaten dat ze niet door onbevoegden betreden kunnen worden. Zorg daarom dat ze voldoende afgeschermd zijn, bijvoorbeeld met schotten of bouwhekken.
  • Een rolsteiger is in beginsel niet bedoeld om te worden toegepast als trappentoren voor de toegang tot andere constructies. Deze oplossing is alleen toegestaan als er wordt gezorgd voor voldoende verankering, borging en de opening tussen de gebouwen en de rolsteiger afdoende wordt afgedicht;
  • Werkvloeren mogen niet op andere wijze worden betreden of verlaten dan langs de eigen ladders, trappen of opbouwframes;
  • Hijswerktuigen mogen niet aan rolsteigers worden vastgemaakt of vanaf de rolsteigers worden gebruikt, tenzij dit in de gebruikershandleiding is aangegeven (dit geldt ook voor het gebruik van zeilen of steigerdoek);
  • Bij het verrijden mogen zich geen personen op de werkvloer bevinden;
  • Het gebruik van bankjes, trapjes en dergelijke voor het verhogen van de werkvloer is niet toegestaan.
Deskundigheid opbouwer

Een rolsteiger mag worden opgebouwd door personen die op de hoogte zijn van de montage-instructie van het betreffende rolsteiger systeem, De gebruikershandleiding moet op de werkplek aanwezig zijn.

Keuring en inspectie

De onderdelen van een rolsteiger moeten periodiek door een deskundig persoon op hun goede staat en volledigheid worden geïnspecteerd. Veelal wordt hier een termijn van een jaar aangehouden.
Voordat een rolsteiger in gebruik wordt genomen moet er een opstellingscontrole (aan de hand van een controlelijst) worden uitgevoerd. Dit kan door de gebruiker worden gedaan, na de nodige instructie.

Kamersteigers

Kamersteigers vallen niet onder de eisen van NEN-EN 1004. Ze hebben een geringe werkvloerhoogte (kleiner dan 2,50 m). Toch gebeuren er relatief veel ongevallen mee. Met name zwikken door de wijze van op- en afstappen en omvallen door instabiliteit tijdens verplaatsing vanaf de steiger. Voor veilig gebruik gelden de volgende aandachtspunten:

  • Gebruik van deugdelijk leuningwerk;
  • Kamersteiger voorzien van wielen met een grote diameter, zonodig met spindels;
  • Zorgen voor een goede toegang tot de werkvloeren;
  • Consequent gebruik van wielremmen;
  • Het werkplatform verlaten voor het verplaatsen.


Geen veilige grens voor valhoogte

06-01-2014 Er is geen veiligheidsgrens te geven voor valhoogte. Dat stelt de Gezondheidsraad vast na onderzoek op verzoek van de minister van Sociale Zaken en werkgelegenheid. De commissie die onderzoek deed, keek naar de wetenschappelijke gegevens over gevolgen van vallen van hoogten.

 

In Nederland overlijden jaarlijks 18 werknemers na een val van hoogte tijdens het werk en worden er 1.230 opgenomen in het ziekenhuis. Velen van hen hebben blijvend letsel. Behalve persoonlijk leed kan vallen van hoogte hoge maatschappelijke kosten veroorzaken door ziekteverzuim, revalidatie en arbeidsongeschiktheid. De huidige Nederlandse wetgeving (artikel 3.16 van het Arbobesluit) verplicht werkgevers maatregelen te nemen als er valgevaar bestaat. Er is, volgens de wetgever, in elk geval sprake van valgevaar als op 2,5 meter of hoger wordt gewerkt.

Grens niet te stellen

Het is duidelijk dat er een associatie is tussen de hoogte waarvan een werknemer valt en de mate en omvang van letsel of de kans op sterfte. Hoe groter de valhoogte, hoe meer kans op ernstig letsel en sterfte. De commissie is echter van mening dat het niet mogelijk is een veilige (of gezondheidskundige) grens voor de valhoogte op basis van de beschikbare kennis voor te stellen. Bovendien zijn de gegevens ook niet geschikt om een inschatting van het gezondheidsrisico te geven.

Lagere hoogtes

Bij valgevaar verplicht het Arbobesluit werkgevers maatregelen te nemen, ongeacht op welke hoogte wordt gewerkt. Dit sluit aan bij de bevindingen van de commissie dat een veilige grens niet te geven is. Wel bepleit de commissie meer aandacht voor bewustwording van werkgevers dat ook werken op hoogtes lager dan 2,5 meter risico’s kan meebrengen en dat ook in dat geval maatregelen nodig zijn. Bron: Gezondheidsraad